Hoe zwaar kun je één keer tillen? Die vraag beantwoordt het begrip 1RM. Dit staat voor One Repetition Maximum: het maximale gewicht dat je technisch correct één keer kunt verplaatsen. Veel sporters gebruiken dit als maatstaf om kracht te meten of trainingsschema’s op te bouwen. Het helpt je trainen met structuur, mits je weet hoe je het gebruikt.
Wat betekent 1RM precies?
1RM is het maximale gewicht dat je één herhaling kunt voltooien met correcte techniek. Zonder hulp, zonder momentum. De waarde wordt meestal gebruikt bij basisoefeningen zoals squats, deadlifts en bench presses. Het is een praktische graadmeter voor kracht en trainingsintensiteit.
Je kunt met percentages trainen, zoals 75 of 85 procent. Zo hoef je niet telkens tot het uiterste te gaan. Sporters gebruiken het als meetpunt om progressie zichtbaar te maken. Toch is het begrip niet altijd even duidelijk. Wie niet goed weet wat het inhoudt, maakt sneller fouten in trainingskeuzes. Begrip van de term voorkomt die fouten en maakt je training gerichter.
Hoe wordt 1RM berekend?
Je 1RM bepaal je door testen of schatten. Bij testen voer je steeds zwaardere sets uit tot je precies één herhaling haalt. Dat geeft een directe meting van je maximale kracht, maar het risico op overbelasting is groot.
Daarom gebruiken veel sporters een formule. Je doet dan meerdere herhalingen op een lager gewicht. De Brzycki-formule is een veelgebruikte rekenmethode. Daarmee schat je je 1RM veilig, zolang je de oefening technisch goed uitvoert. Factoren zoals vermoeidheid beïnvloeden de uitkomst. Met regelmatige metingen houd je een betrouwbaar overzicht.
Waarom is 1RM relevant voor jouw trainingsschema?
Je 1RM helpt je keuzes maken. Je weet welk gewicht past bij je doel: spiergroei, kracht of uithoudingsvermogen. Trainen op 80 procent van je 1RM is bijvoorbeeld effectief voor spieropbouw. Zonder dit maximum train je op gevoel, wat zorgt voor inconsistente resultaten.
1RM maakt trainingen meetbaar. Je kunt progressie volgen, belasting verdelen en stagnatie voorkomen. Ook voorkom je overbelasting door te trainen op percentages. Beginners en gevorderden profiteren van deze aanpak. Of je nu met losse gewichten of apparaten traint, je 1RM geeft richting.
De rol van trainingsfrequentie en ervaring bij 1RM
Hoe vaak je traint en hoe lang je al traint, beïnvloedt je 1RM. Beginners maken snel krachtwinst. Daardoor stijgt hun 1RM binnen korte tijd. Gevorderden boeken langzamer resultaat. Dat komt doordat hun lichaam beter gewend is aan belasting.
Ervaring zorgt voor betere techniek en inschatting van grenzen. Daardoor is je 1RM stabieler en betrouwbaarder. Beginnende sporters maken vaker fouten. Bijvoorbeeld door te veel gewicht te kiezen of hun vorm te verliezen. Daardoor wijkt hun 1RM af van de realiteit. Met regelmaat en techniek wordt je meting nauwkeuriger.
Van theorie naar sportschool
Trainen met 1RM is concreet en toepasbaar. Veel schema’s gebruiken bijvoorbeeld 5 herhalingen op 75 procent van je 1RM. Daardoor pas je belasting precies aan. Dat voorkomt over- of onderbelasting. Ook kun je trainen in blokken, met fases richting een nieuwe 1RM-test.
Bij personal training is 1RM een ijkpunt. Groepslessen worden soms aangepast op individuele max-waarden. In sommige centra voor fitness Den Haag wordt dit principe toegepast. Zo train je op eigen niveau binnen een groep. Voorwaarde is wel: correcte uitvoering. Een slordige vorm maakt de waarde onbruikbaar.
Beperkingen en aandachtspunten
1RM zegt niets over je techniek of uithoudingsvermogen. De waarde is momentopname. Slechte slaap of voeding verlaagt je kracht tijdelijk. Ook motivatie speelt mee. Zonder inzet haal je je werkelijke maximum niet naar boven.
Bepaalde oefeningen lenen zich niet voor 1RM. Denk aan lunges of barbell rows. Daar bepaalt techniek te veel het resultaat. Gebruik het begrip dus als leidraad, niet als harde waarheid. Combineer 1RM met andere signalen zoals herstel, vorm en trainingsgevoel. Dan haal je er meer uit.







