Een jas is veel meer dan bescherming tegen kou of regen. Achter elk ontwerp schuilt een verhaal van eeuwenoude tradities, technische innovaties en veranderende modes. Van dierenhuiden die onze voorouders warm hielden tot moderne jassen met slimme lagen en duurzame materialen: jassen zijn altijd in beweging geweest. In deze tekst ontdek je hoe jassen ontstonden, hoe ze worden gemaakt en waarom ze vandaag de dag belangrijker zijn dan ooit. Laat je verrassen door de bijzondere geschiedenis van dit alledaagse kledingstuk.
Geschiedenis & oorsprong
Door de geschiedenis heen waren jassen een teken van status, beroep of afkomst. Ook kleur speelde een belangrijke rol in hoe mensen zichzelf presenteerden. Militairen, piloten en ontdekkingsreizigers hadden allemaal hun eigen types. Later werden die stijlen overgenomen door burgers. Denk aan trenchcoats, bomberjacks en parka’s. Elke jas draagt eigenlijk een stukje geschiedenis met zich mee. Wat je vandaag aantrekt, is vaak gebaseerd op eeuwenoude ontwerpen. In Japan bestaat zo bijvoorbeeld een traditie waarbij kleding generaties lang wordt gerepareerd. Deze techniek heet boro. Oude jassen worden keer op keer opgelapt met lapjes stof. Elke reparatie vertelt iets over de drager. Wat ooit armoede was, wordt nu gezien als kunstvorm. Moderne designers laten zich hier volop door inspireren. Duurzaamheid krijgt zo een culturele betekenis.
De eerste jassen waren dierenhuiden
De oudste jassen bestonden uit dierenhuiden en werden al tienduizenden jaren geleden gedragen. Mensen gebruikten huiden van rendieren, bizons of zeehonden om zichzelf te beschermen tegen kou en wind. Deze vroege jassen werden met bottennaalden en pezen aan elkaar genaaid. Naast warmte boden ze ook bescherming tegen regen. In sommige culturen werden jassen versierd met symbolen of veren om status of identiteit te tonen. De parka vindt zo bijvoorbeeld zijn oorsprong bij Inuit-gemeenschappen in het poolgebied.
Zij maakten jassen van rendier- of zeehondenhuid om extreme kou te overleven. De capuchon was vaak afgezet met bont om wind uit het gezicht te houden. Deze ontwerpen waren puur functioneel, maar extreem effectief. Westerse merken namen het ontwerp later over. Tegenwoordig zijn parka’s wereldwijd populair als winterjas.
Het woord “jas” heeft een militaire oorsprong
Wist jij, dat het Nederlandse woord “jas” komt via het Frans van jaque, een kledingstuk dat middeleeuwse soldaten droegen? Deze jaque was een gevoerde jas die bescherming bood tegen zwaarden en pijlen. Het kledingstuk werd populair omdat het relatief goedkoop was en makkelijk gemaakt kon worden. Later namen burgers het ontwerp over, omdat het comfortabel en stevig was. Zo veranderde een militair kledingstuk langzaam in alledaagse mode. Veel moderne jassen hebben nog steeds elementen die teruggaan op dit oorspronkelijke ontwerp.
De bomberjack begon in vliegtuigen
De bomberjack werd dan ook oorspronkelijk gemaakt voor piloten die in open cockpits vlogen. Op grote hoogte was het extreem koud, dus hadden ze warme, korte jassen nodig. De elastische boorden hielden wind buiten. Later werd de bomberjack populair bij burgers en subculturen en groeide hij uit tot een vast onderdeel van street wear, waarbij functionaliteit en stijl samenkomen. In de jaren ’80 werd hij zelfs een mode-icoon. Inmiddels bestaan er bomberjacks in allerlei stoffen, stijlen en kleur.
De trenchcoat komt uit de loopgraven
De trenchcoat werd ontwikkeld voor Britse soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ze droegen hem in de loopgraven, wat de naam verklaart (trench betekent loopgraaf). De jas was waterafstotend en had schouderriemen voor militaire uitrusting. Na de oorlog namen burgers de trenchcoat over als stijlvolle jas. Hollywood maakte hem extra populair door films met detectives en film noir-helden. Vandaag is de trenchcoat een klassieker in de modewereld.
Materialen & constructie
Veel outdoor- en winterjassen zijn opgebouwd uit drie afzonderlijke lagen. De buitenlaag beschermt tegen wind en regen en is meestal waterafstotend behandeld. Daaronder zit een membraan dat waterdicht is, maar toch ademend blijft. De binnenlaag zorgt voor warmte en comfort, bijvoorbeeld fleece of dons. Deze combinatie maakt jassen geschikt voor extreme weersomstandigheden. Een gemiddelde winterjas bestaat uit 10 tot soms wel 30 losse onderdelen voordat hij in elkaar wordt gezet. Denk aan mouwen, manchetten, kragen, voering, ritsen en zakken. Elk onderdeel wordt apart gesneden en vervolgens zorgvuldig aan elkaar genaaid. Vooral technische jassen hebben extra lagen en verstevigingen. Dit maakt het productieproces complexer dan veel mensen denken. Achter één simpele jas zit vaak uren aan handwerk en machinewerk. Het systeem werd oorspronkelijk ontwikkeld voor bergbeklimmers en hikers. Tegenwoordig zie je deze technologie ook in gewone stadsjassen.
Veel mensen denken dat dons zelf warmte produceert, maar dat klopt dus niet. Dons werkt doordat het kleine luchtkamertjes creëert die lichaamswarmte vasthouden. Hoe meer lucht wordt vastgehouden, hoe beter de isolatie. Daarom zijn dikke donsjackets vaak zo licht maar toch extreem warm. Als dons nat wordt, verdwijnt die luchtlaag en verliest de jas zijn isolerende werking. Daarom hebben moderne donsjackets vaak waterafstotende lagen.
Wol blijft warm, zelfs als het nat is
Wol is uniek omdat het tot ongeveer 30% van zijn gewicht aan vocht kan opnemen zonder nat aan te voelen. Hierdoor blijft een wollen jas warm, zelfs in regenachtig weer. Dit komt door de natuurlijke structuur van wolvezels. Daarnaast ademt wol goed, waardoor zweet wordt afgevoerd. Daarom wordt wol al eeuwenlang gebruikt voor jassen en mantels.
Ritsen zijn verrassend jong
Hoewel jassen al duizenden jaren bestaan, werd de rits pas begin 20e eeuw echt populair. Daarvoor gebruikte men vooral knopen, haken en veters om jassen te sluiten. De rits werd aanvankelijk vooral toegepast in militaire kleding en werkkleding. Mensen vertrouwden het nieuwe systeem eerst niet en vonden knopen betrouwbaarder. Pas toen fabrikanten bewezen dat ritsen stevig waren, werden ze massaal gebruikt. Tegenwoordig kun je je bijna geen jas zonder rits meer voorstellen.
Luxe jassen vragen extreem veel handwerk
High-end jassen zoals parajumpers kunnen meer dan twintig meter draad bevatten. Sommige modellen worden deels met de hand afgewerkt, vooral bij kragen en manchetten. Het maken van één jas kan meerdere uren duren. Kleine fouten kunnen het hele kledingstuk verpesten. Daarom werken veel luxe merken met gespecialiseerde ateliers. Achter een “simpele” jas schuilt vaak verrassend veel vakmanschap.
Duurzaamheid & toekomst
Steeds meer jassen bevatten gerecycled polyester uit PET-flessen! Eén jas kan materiaal bevatten van wel 10 tot 30 flessen. Dit helpt afval verminderen en spaart nieuwe grondstoffen. De stof voelt hetzelfde aan als normaal polyester, maar heeft een kleinere ecologische voetafdruk. Grote merken investeren hier steeds meer in. Zo wordt je winterjas langzaam onderdeel van de circulaire economie.Veel moderne jassen worden gemaakt van gerecycled polyester. Dat materiaal komt vaak rechtstreeks uit PET-flessen. Eén jas kan het equivalent van 10 tot 30 flessen bevatten. Na verwerking merk je geen verschil met normaal textiel. Dit vermindert afval én de vraag naar nieuwe olie. Mode wordt zo langzaam onderdeel van de circulaire economie.
Repareren verlengt de levensduur enorm
Als je een jas laat repareren in plaats van vervangen, kan hij gemiddeld 2 tot 4 jaar langer meegaan. Kleine ingrepen zoals nieuwe ritsen of herstelde naden maken al groot verschil. Dat scheelt geld én grondstoffen. Sommige merken bieden inmiddels gratis reparaties aan. Zo proberen ze fast fashion tegen te gaan. Een goed onderhouden jas kan makkelijk tien jaar meegaan.








