Rijden met een aanhanger vereist een goede voorbereiding en oplettendheid. Voldoende kennis is belangrijk, weet jij bijvoorbeeld welk rijbewijs je moet hebben om te mogen rijden met een aanhanger? Of wat je moet doen als een aanhanger gaat slingeren? Hieronder lees je per onderwerp de regels, de risico’s en de praktische aandachtspunten.
Rijbewijs
Het gewicht van de combinatie bepaalt of je met je huidige rijbewijs een aanhanger mag trekken. Met een standaard B-rijbewijs mag je een lichte aanhanger trekken. Dit betekent dat de totale massa van de aanhanger niet zwaarder mag zijn dan 750 kilogram. Daarnaast mag je met een B-rijbewijs een zwaardere aanhanger trekken, als het totale gewicht van de auto en aanhanger samen niet meer is dan 3500 kilogram.
Voor het rijden met zwaardere combinaties heb je een BE-rijbewijs nodig. Dit is van toepassing als de toegestane maximummassa van de aanhanger meer dan 750 kilogram is. Daarnaast moet het gezamenlijke gewicht van auto en aanhanger boven de 3500 kilogram uitkomen.
Om dit rijbewijs te halen, is het vaak handig om aanhanger rijlessen te nemen. Hier doe je ervaring mee op zodat je voorbereid de weg op gaat. Neem bijvoorbeeld aanhanger rijles bij Start Driving Den Bosch.
Maximumsnelheid
Voor aanhangers gelden strengere snelheidslimieten. In Nederland mag je op de snelweg maximaal 90 kilometer per uur rijden als de aanhanger lichter is dan 3500 kilogram. Als deze zwaarder is, geldt er een limiet van 80 kilometer per uur. Op een autoweg en buiten de bebouwde kom mag je ook 80 kilometer per uur en binnen de bebouwde kom is een snelheid van 50 kilometer per uur maximaal toegestaan.
Extra spiegels
Extra spiegels zijn verplicht indien je aanhanger breder is dan je auto of het zicht naar achteren belemmert. De wet schrijft voor dat je de weg moet kunnen zien tot ver achter je combinatie. Als je reguliere buitenspiegels tegen de zijkant van de aanhanger aankijken in plaats van langs de zijkant, zijn extra spiegels verplicht.
De geschikte spiegels zorgen voor een breder zichtveld, hierdoor is het makkelijker om in te schatten wat er naast en achter je aanhanger gebeurt. Bij inhaalmanoeuvres en het wisselen van een rijbaan is dit erg belangrijk.
Er zijn verschillende soorten spiegels:
- Bolle spiegels. Deze spiegels vervormen weliswaar (het achteropkomende verkeer lijkt verder weg) maar ze bieden wel het meeste zicht.
- Spatbordspiegels. Een voordeel van deze spiegels is dat ze makkelijk te plaatsen zijn, toch komen ze steeds minder vaak voor omdat ze vaak niet op moderne auto’s passen.
- Opzetspiegels. Deze zijn snel en eenvoudig te monteren. Ze zijn compact en vanuit de auto te verstellen.
Slingeren
Een gevaarlijke situatie is een slingerende aanhanger. Overbelading, een verkeerde gewichtsverdeling of een te hoge snelheid zijn hiervan meestal de oorzaak. Je voorkomt dit door de aanhanger juist te beladen, de bandenspanning te controleren en rustig te rijden.
Mocht het tóch gebeuren, is het belangrijk om juist te handelen. Het eerste dat je moet doen in deze situatie is geleidelijk het gaspedaal loslaten en niet plotseling te remmen. Daarnaast moet je het stuur stevig vasthouden. Als het slingeren afneemt, verminder je je snelheid verder en stop je wanneer dit veilig kan.
Achteruitrijden met aanhanger
Achteruitrijden met een aanhanger wordt door sommige mensen als verwarrend ervaren. Eerst bedenk je welke kant je op wil gaan sturen. Draai het stuur naar rechts, om de aanhangwagen naar links te sturen. Draai het stuur naar links, om de aanhangwagen naar rechts te sturen. Het is hierbij belangrijk om goed over je schouder en in de spiegels te kijken. Zorg er ook voor dat de hoek tussen de auto en de aanhangwagen niet te groot is. Zo voorkom je dat ze elkaar raken.
Voorbereid de weg op
Met de tips uit dit artikel ga je goed voorbereid de weg op. Veilig rijden met een aanhanger draait om twee dingen: een zorgvuldige voorbereiding vooraf en een rustige, defensieve rijstijl onderweg. Controleer voordat je vertrekt of de lading goed verdeeld en stevig vastgezet is. Daarnaast is het belangrijk om te kijken of de bandenspanning klopt en of de lichten werken. Neem onderweg de tijd, houd extra afstand en pas je snelheid aan de omstandigheden aan. Zo kom je met een gerust hart en zonder verrassingen op je bestemming aan.








